Home / Ons huis

Succesfactoren kindcentra in beeld

Succesfactoren Kindcentra in beeld

Middels interviews met bestuurders, directieleden, kinderopvangmedewerkers en experts, zijn succesfactoren bij het realiseren van kindcentra in beeld gebracht. De interviews zijn afgenomen bij kindcentra die zich in verschillende stadia van ontwikkeling bevonden: van net beginnend tot kindcentra die al meer dan drie jaar bestaan.

Op basis van de belangrijkste onderzoeksuitkomsten is het volgende figuur ontwikkeld, geïnspireerd op de theorie van Bronfenbrenner (1994).

Poster Succesfactoren Kindcentra

Succesfactor: Relatie, autonomie en competentie op alle lagen
Volgens de Self-Determination Theory van Deci & Ryan (2000) hebben alle individuen drie basisbehoeften. De behoefte aan relatie: je verbonden voelen aan anderen, liefde en zorg geven en krijgen; Autonomie: het handelen op basis van de eigen, vrije keuze; En competentie: het op zoek gaan en blijven naar activiteiten die aansluiten bij de bestaande capaciteiten, en deze verder tot ontwikkeling brengen. Individuen moeten in alle drie de basisbehoeften worden voorzien om tot optimale ontwikkeling te komen. De mate waarin de basisbehoeften van volwassenen vervuld worden, blijkt bovendien bepalend voor de mate waarin zij tegemoetkomen aan de basisbehoeften van kinderen.
Uit dit onderzoek komt inderdaad naar voren dat het van belang is om op alle lagen, dus zowel voor kinderen als voor volwassenen in een kindcentra, te voorzien in de basisbehoeften.
Relatie
Er kan tegemoet gekomen worden aan de behoefte relatie middels het ontwikkelen van een veilige hechtingsrelatie, sensitieve responsiviteit, het juist interpreteren van signalen en hier adequaat en gepast op reageren, respecterend en liefdevol te zijn, door te luisteren en elkaar serieus te nemen. Daarbij is het van belang dat er op alle lagen verbondenheid wordt ervaren: tussen medewerkers en kinderen, medewerkers onderling, medewerkers en leidinggevenden en tussen bestuur en medewerkers.

Verbondenheid tussen medewerkers begint met ontmoeting en contact. Vanuit hier kunnen medewerkers een gelijkwaardige relatie aangaan en in dialoog treden. Bij beginnende kindcentra is er vaak sprake is van een ‘wij-zij’ gevoel tussen medewerkers van de basisschool en de kinderopvang. Het is dan ook van belang om vanaf het begin kennismaking en ontmoeting tussen medewerkers te faciliteren, bijvoorbeeld door gezamenlijke ontmoetingsplekken, door werktijden op elkaar af te stemmen en gemeenschappelijke studiemomenten te creëren waarbij medewerkers met elkaar aan de slag gaan. Het formuleren van een gezamenlijk doel en inzicht in elkaars werkzaamheden versterkt de verbondenheid.

Aanvullende info/quotes met betrekking tot ‘relatie’:

“Verbondenheid is het belangrijkste bindmiddel binnen kindcentra. Alleen als professionals zich veilig, gerespecteerd, gehoord en serieus genomen voelen door andere medewerkers, leidinggevenden en bestuurders kunnen zij dit ook aan kinderen bieden”.

Het merendeel van kindcentra in Nederland staat nog in de kinderschoenen. In veel van deze kindcentra staan medewerkers nog ver van elkaar af en zijn aftastend, “ze maken misschien wel verbinding door een werkoverleg, omdat het zo gefaciliteerd is, maar niet vanuit een eigen drive . . .”, aldus een expert.

Een expert ervaart dan ook dat kinderopvangorganisaties het lastig vinden om de dialoog met het onderwijs aan te gaan. Ze ervaren een ongelijkwaardige relatie die onder andere voortkomt uit verschillen in grootte en werkwijze, met een meer pedagogische focus in de kinderopvang en een meer didactische focus in het onderwijs.

Bestuurders benadrukken het belang van een goede relatie tussen bestuurders van organisaties die samengaan in een kindcentrum. Van hieruit kan men de inhoudelijke verdieping zoeken en verbondenheid tussen leidinggevenden en medewerkers bevorderen door het goede voorbeeld te geven in gelijkwaardige samenwerking, openheid en het uiten van vertrouwen en waardering.

Autonomie
Er kan worden ingespeeld op de autonomiebehoefte door een autonomie-ondersteunde stijl. Dat betekent het afstemmen van het handelen op behoeften en interesses van kinderen en kinderen vrije keuzes bieden. Daarbij verplaatsen autonomie-ondersteunende professionals zich in het perspectief van kinderen en lichten zij gestelde eisen toe.
De mate waarin medewerkers autonomie-ondersteuning ervaren vanuit hun leidinggevende en bestuur, bijvoorbeeld door ruimte voor eigen inbreng, bepaalt of zij zelf een autonomie-ondersteunde stijl hanteren richting kinderen.
Deze stijl blijkt soms voor onderwijsmedewerkers een uitdaging. Het is dan ook belangrijk om medewerkers bekend te maken met wat een autonomie-ondersteunende stijl is en hoe deze in de praktijk gebracht kan worden! Begeleiding en training op dit gebied is vaak van belang.

Aanvullende info/quotes:

Medewerkers moeten ruimte durven nemen, fouten durven maken, ‘out of the box’ denken, en zichzelf willen ontwikkelen. Hiervoor zijn duidelijke kaders en vertrouwen vanuit de directie vereist”.

Door de focus op organisatorische aspecten wordt in veel kindcentra minder ingespeeld op de autonomiebehoefte van medewerkers.

Er moet sprake zijn van veiligheid en vrijheid om te leren en je eigen mening te geven.

Medewerkers ervaren niet altijd autonomie vanwege allerlei eisen en weinig ruimte voor eigen inbreng

Competentie
Er kan worden voorzien in de behoefte aan competentie middels structuurondersteuning: het bieden van duidelijke doelstellingen en verwachtingen, begeleiding middels positieve feedback, en het bieden van uitdagingen, bijvoorbeeld middels een uitdagende speel-leeromgeving voor kinderen.
In ervaren kindcentra ontwerpen professionals lessen om aan te sluiten op het niveau van kinderen. Kinderen leren te reflecteren op hun eigen ontwikkelproces en medewerkers geven procesgerichte feedback. In beginnende kindcentra is dit nog een uitdaging. Hiervoor is kennis over ontwikkeling en begeleiding van kinderen essentieel.

Professionals hebben een heldere structuur, met duidelijke doelstellingen en verwachtingen vanuit de directie nodig. Het is van belang dat expertise en ervaring van professionals wordt samengebracht: medewerkers leren van en met elkaar. Het geven en ontvangen van feedback is hierbij cruciaal maar professionals blijken dit vaak lastig te vinden. Verschillende werkplekken, werktijden en budgetten voor professionalisering zijn belemmerende factoren.

Aanvullingen/quotes:
Het is van belang dat medewerkers hun eigen competenties in beeld hebben en kunnen reflecteren op hun handelen.

Succesfactor: Eén pedagogische visie
Een tweede succesfactor is één pedagogische visie op ontwikkeling van kinderen. Dit betekent dat alle medewerkers op dezelfde manier kijken naar en omgaan met de kinderen. Om dit te bereiken is het van belang om met alle medewerkers en ouders de pedagogische visie op te stellen. Dit begint met dialoog over gezamenlijke kernwaarden.

“Het is cruciaal om aan de voorkant commitment, loyaliteit en respect voor elkaars waarden te hebben en vanuit een gelijkwaardige dialoog de gemeenschappelijkheden en het hogere, gezamenlijke doel in kaart te brengen”

Vanuit verbondenheid en respect voor elkaars waarden kan de afstemming hierover plaatsvinden. Er wordt regelmatig een verschil tussen de pedagogische visie op papier en het handelen in de praktijk ervaren. Het is dan ook cruciaal om samen in dialoog te gaan en blijven over wat de opgestelde pedagogische visie betekent voor het handelen van medewerkers en ouders in de praktijk.
Een gezamenlijke pedagogische visie is het fundament van een kindcentrum

Succesfactor: Doorgaande lijn
Een andere succesfactor is een doorgaande lijn: een ononderbroken leer- en ontwikkellijn waardoor er vloeiende overgangen van opvang naar onderwijs zijn.
Er blijkt vaak onduidelijkheid over de definitie van deze term. De doorgaande lijn wordt soms omschreven als het continu handelen op basis van de kindbehoeftes. Anderen stellen dat het betekent dat er geen breuken zijn tussen peuterspeelzaal, opvang en school. In de praktijk blijkt dit nog vaak een uitdaging. Het is belangrijk om aan de voorkant begrippenkaders met betrekking tot de doorgaande lijn af te stemmen.

Succesfactor: Leiderschap
Leiderschap is een belangrijke factor voor een succesvol kindcentrum. Het is van belang om één duidelijke aansturing te hebben.

“. . . op het moment dat een directeur basisonderwijs verantwoordelijk blijft voor zijn basisschool en de leidinggevende kinderopvang daarvoor, dan blijven het twee aparte   winkeltjes”.

Hierbij is inhoud-gedreven samenwerking essentieel. Samenwerking die wordt aangestuurd vanuit organisatorische, financiële of logistieke uitgangspunten leidt ertoe dat er weinig afstemming en integratie is. Geen: ‘bedrijfsverzamelgebouw’ en ‘een optelsom van verschillende disciplines’ zijn!
Daarbij is het werken op één locatie bevorderend.

Het is van belang om als gedreven leider voorop te gaan in veranderingen, gevoelens van medewerkers te erkennen, veranderingen tijd te geven en het leren van medewerkers stimuleren. Visionair leiderschap is essentieel is om de visie levend te houden en vernieuwend gedrag te borgen.

Aanvullingen/quotes:

“Een directeur moet zijn personeel beschermen en coachen en oog hebben voor: hoe is het welbevinden en de betrokkenheid van mijn collega’s. Niet pamperen, aaien, verzorgen, maar wel: hoe krijg ik jou weer in je kracht? Wat heb jij nodig om dat goed aan te gaan?

Succesfactor: Educatief partnerschap
Een gelijkwaardige dialoog met ouders is wezenlijk voor samenwerking in belang van het kind. Hierbij is open, positieve interactie, waarbij partijen naar elkaar luisteren, elkaar serieus nemen en respecteren, fundamenteel.

“Wanneer ouders en professionals goed door een deur kunnen, dezelfde taal spreken, vertrouwen in elkaar hebben en dit ook uitspreken en laten merken aan kinderen, dan creëer je een veilige omgeving voor kinderen”.

Het delen van kennis tussen medewerkers en ouders is van belang voor de kindontwikkeling.

Aanvullingen/quotes:
“De waarden: relatie, autonomie en competentie zijn ook van belang voor ouders”.

Afsluiting
Het tegemoetkomen aan de drie basisbehoeften (relatie, autonomie en competentie) op alle lagen; het gezamenlijk opstellen van één pedagogische visie, het bewerkstelligen van een doorgaande lijn, visionair leiderschap en educatief partnerschap zijn belangrijke elementen om een succesvol kindcentrum te realiseren!

Emma Claessen heeft na haar bacheloropleiding Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht in 2016 de masteropleiding Maatschappelijke Opvoedingsvraagstukken afgerond. Dit artikel is gebaseerd op haar masterthesis ‘Relatie, autonomie en competentie binnen kindcentra’.
Dit afstudeeronderzoek is uitgevoerd voor M&O-groep. Interesse in het onderzoek. Stuur een mail naar avdhurk@meno-groep.nl

Astrid van den Hurk is werkzaam bij M&O-groep en coacht en inspireert organisaties bij de ontwikkeling naar een kindcentrum.